
Deze gids gaat over een gewone kopduik vanaf de zwembadrand, niet over duiken met perslucht. Oefen de startduik alleen met een zweminstructeur, op een plek waar het is toegestaan en nadat de instructeur de baan heeft vrijgegeven.
Een gewone startduik vanaf de kant is een zwemvaardigheid. Het Nationaal Zwemdiploma B bevat bijvoorbeeld een duik vanaf de kant, onder water oriënteren en door een opening zwemmen. Dat maakt een diploma-oefening nog geen algemene toestemming om op andere plekken te duiken.
Spreek de oefening af met een zweminstructeur en gebruik alleen de aangewezen zone. De instructeur beoordeelt of de diepte en vrije route bij die plek passen en laat de baan eerst vrijgeven. Voor een kind dat leert voor het Nationaal Zwemdiploma kan een aanbieder met Licentie Nationale Zwemdiploma’s een keuzecriterium zijn: de licentiehouder voldoet aan NRZ-kwaliteitscriteria, zoals gekwalificeerde zwemonderwijzers en een beschreven lesmethode; de NRZ controleert aanbieders onafhankelijk.

Voor een gewone startduik heb je geen speciale duikuitrusting nodig; gewone zwemkleding volstaat. Persluchtduiken zijn een andere activiteit waarvoor een aparte opleiding nodig is. Verwissel die cursus dus niet met zwemles voor een startduik.
Een geleidelijke lesopbouw kan beginnen met een gecontroleerde beweging en pas later naar een afzet vanuit stand gaan. Volg de aanwijzingen van je eigen instructeur; oefen in het diepe deel dat die heeft aangewezen en start steeds één voor één op het afgesproken signaal.

Neem een exameneis niet over als algemene dieptenorm. Bij de NRZ-licentie moeten bepaalde vaardigheden tijdens diplomazwemmen in water van minimaal 1,80 meter worden uitgevoerd. Dat is een voorwaarde voor die toetsing, geen algemene toestemming of minimum voor iedere kopduik.
Ook de ruimte voor een diploma-oefening is specifiek: bij het standaardexamen voor Nationaal Zwemdiploma B duikt de kandidaat vanaf de kant en zwemt die onder water door een verticaal zeil dat zes meter van de startkant hangt. Die examenopstelling zegt niet hoeveel vrije ruimte bij elke andere duik nodig is. Laat de instructeur daarom de plek, diepte en hele zwemroute beoordelen.
Duik niet in ondiep water: je kunt met je hoofd de bodem raken en ernstig hoofd-, hersen- of ruggenmergletsel oplopen. Begin ook niet zonder startsignaal, dring niet voor en duw niemand het water in. Eén voor één oefenen houdt de start en de route overzichtelijk.
Is duiken op die plek niet toegestaan, is de baan bezet of twijfel je over de ruimte? Sla de kopduik dan over. Ga alleen op een andere, daar toegestane manier het water in en wacht met oefenen tot de instructeur de plek weer vrijgeeft.