
Voor de kledingonderdelen van Zwemdiploma A en B hoort een lange broek tot de enkels. Een lichte, gewone broek is een praktische basiskeuze. Een short kan in een eerdere lesfase worden gevraagd, maar vervangt de diplomakleding niet.
Voor de kleding van Zwemdiploma A en B hoort een lange broek, jurk of rok tot de enkels. De volledige kleding bestaat daarnaast uit badkleding, een shirt of blouse met lange mouwen en schoenen. Als je een broek kiest, is een gewone, lichte lange broek daarom een logisch vertrekpunt.
Dat verschilt per zwemschool. Sommige aanbieders staan onder meer leggings, pyjamabroeken, trainingsbroeken en spijkerbroeken toe. Andere adviseren juist een dunne zomerbroek met rits en sluiten bijvoorbeeld leggings, jogging- en trainingsbroeken, pyjamabroeken en dikke spijkerbroeken uit omdat die in het water extra zwaar worden. Ga dus niet uit van één landelijke regel voor het materiaal of model: volg voor de les de kledinglijst van de eigen aanbieder.

Kledingzwemmen bereidt kinderen voor op de situatie waarin ze onverwacht in het water terechtkomen. Gewone kleding kan aan de huid plakken en daarvan kan een kind schrikken als het daar niet aan gewend is. Bij het diploma wordt daarom ook getoetst of een kind zich met kleding aan in het water kan redden. De lange broek tot de enkels hoort bij die diplomakleding; een short voldoet niet aan dat onderdeel.

Een zwemschool kan de kleding stapsgewijs opbouwen: eerst een T-shirt, later een korte broek en daarna de kleding van het geoefende diploma. Voor het afzwemmen blijft de volledige outfit voor A of B gelden.